|
جمهوری اسلامی ایران |
|
|
Taal: |
Perzisch |
|
Hoofdstad: |
Teheran |
|
Regeringsvorm: |
Theocratie |
|
Religie: |
Sjiisme 89% Soennisme 10% |
|
Oppervlakte: |
1.648.000 km² |
|
Inwoners: |
68,3 miljoen |
|
Munteenheid: |
Riaal (IRR) |
|
Tijdzone: |
UTC +3:30 |
|
Nationale feestdag: |
1 april |
|
Volkslied: |
Sorood-e Jomhoori-ye Eslami |
FYSISCHE GEOGRAFIE
Landschap
Iran bestaat uit een centrale hoogvlakte (1000–1600 m hoog), in het westen en zuiden omringd door het Zagrosgebergte (gevormd door plooiingen tijdens het Plioceen), in het noorden door het Elboersgebergte (hoogste top: de vulkaan Demawend: 5771 m), terwijl in het oosten enige kleinere, discontinue bergketens voorkomen. De ketens lopen in het algemeen van het noordwesten naar het zuidoosten, zonder de zee te bereiken. Kenmerkend voor het centrale deel zijn de ontoegankelijke kavir: zoutmoerassen en de desjt (of dasjt = woestijn). Laagland komt voor in enkele smalle stroken langs de Perzische Golf en aan de voet van het Elboersgebergte.
Rivieren en meren
De enige goed bevaarbare rivier is de Karoen, die in het Zagrosgebergte ontspringt en uitmondt in de Sjat el-Arab (samenvloeiing van Eufraat en Tigris). Alleen in de regentijd bevaarbaar zijn de Kizil Oezen, die door het Elboersgebergte naar de Kaspische Zee stroomt, en de Aras (Araxes), de grensrivier tussen de Sovjet-Unie en Iran. De rivieren worden grotendeels gevoed door uit het gebergte afkomstig smeltwater. De vele kleine rivieren monden uit in zoutmeren. De grootste zoutmeren zijn het Oermiameer in het noordwesten en het Helmendmeer op de grens met Afghanistan.
Klimaat
Ten gevolge van zijn continentale karakter en de grote
hoogte kent Iran klimatologische uitersten. De zomer is m.n. in het binnenland
zeer warm, met temperaturen tussen de 45 en 55 °C, terwijl de winter
uitgesproken koud kan zijn, met temperaturen tot ver beneden het vriespunt.
Vooral in het zuidoosten wordt de zomer behalve door extreme hitte tevens door
zeer sterke winden, vaak met snelheden van meer dan 150 km per uur, gekenmerkt.
De vnl. in de winter vallende neerslag varieert sterk van plaats tot plaats.
Het merendeel valt in de kuststrook langs de Kaspische Zee, tegen de
noordelijke hellingen van het Elboersgebergte (gemiddeld 1150 mm per jaar),
elders is de neerslag minimaal.
Plantengroei
De plantengroei vertoont, ten gevolge van de klimatologische
en topografische verscheidenheid, vele regionale verschillen. De vegetatie
bestrijkt de scala van dicht woud tot schaarse woestijnbegroeiing. Bossen komen
vooral voor aan de kusten; de woestijnvegetatie is kenmerkend voor de centrale
hoogvlakte. In de zoutmoerassen (kavir) op deze hoogvlakte komen zoutplanten
voor.
Dierenwereld
Iran ligt op de grens van palaearctische en oriëntaalse regio's. De dierenwereld is zeer rijk geweest, maar sterk beïnvloed door de oude beschaving die gepaard is gegaan met kaalslag van de bossen en daarmee samenhangende erosie. De stabiliteit van na de Tweede Wereldoorlog resulteerde echter in een goed gereguleerde jacht en een netwerk van beschermde gebieden, zodat talrijke uitstervende soorten behouden konden blijven. De politieke onrust in de jaren tachtig heeft echter grote schade aangericht en het toekomstperspectief blijft vooralsnog zeer somber. Het meest bedreigde dier is ongetwijfeld het Mesopotamische damhert. In de Tweede Wereldoorlog werd de leeuw in Iran uitgeroeid; men neemt aan dat de Kaspische tijger nu ook totaal verdwenen is. Het jachtluipaard komt nog uiterst zelden voor; panter, steppekat, onager, verschillende gazellen en wilde schapen konden dankzij bescherming weer in aantal toenemen. Iran is een belangrijk overwinteringsgebied voor watervogels; flamingo's komen nog algemeen voor.
BEVOLKING
Samenstelling en spreiding
Ca. 65% van de bevolking bestaat uit de Farsi sprekende
Iraniërs. Er leven bovendien Arabische gemeenschappen in de zuidwestelijke
laagvlakte van Khuzestan; Balutsji in het zuidoostelijke grensgebied met
Pakistan, rondom de steden Zahedan en Iransjahr en Turkmenen op de steppen van
Gorgaan aan de Kaspische oostkust. Daarnaast zijn er talrijke (semi-)nomadische
groepen. Hun traditionele territoria bevinden zich grotendeels in de uitlopers
van het westelijke Zagrosgebergte: van noord naar zuid achtereenvolgens de
Sjahsawans, Koerden, Loeren, Bachtijaren, Kasjga’is en, rond de stad Shiraz, de
Chamsehfederatie. In Iran verbleven in 1996 ruim een miljoen Afghaanse
vluchtelingen. Het jaarlijkse bevolkingsgroeicijfer behoort tot de hoogste ter
wereld: 3,3% over de periode 1985–1994. Ca. 55% van alle inwoners is onder de
twintig jaar. In 1956 woonde 30% van alle inwoners in steden van minstens 5000
inw.; in 1995 59%. Dit baart zorgen vanwege de ontvolking van het platteland en
verwaarlozing van de primaire sector enerzijds en vanwege de explosieve,
onbeheersbare groei van grote steden anderzijds. De hoofdstad Teheran vormt
hiervan het extreemste voorbeeld, met een sinds 1956 verzesvoudigd inwonertal
van naar schatting 8 miljoen (1995), gevolgd door Mashhad (1,5 miljoen),
Isfahan (1 miljoen), Tebriz (1 miljoen) en Shiraz (850 000). Sinds de
islamitische revolutie zijn ca. een miljoen mensen naar het buitenland
gevlucht.
Taal
Volgens de grondwet van 1979 geldt het Farsi (zie Perzische
taal) als de ‘officiële en gemeenschappelijke taal van de Islamitische
Republiek Iran’, verplicht gesteld voor officiële documenten en
correspondentie, en voor schoolboeken. Farsi is voor 50% van de bevolking de
omgangstaal. Daarnaast dient ‘de taal van de koran’ (klassiek Arabisch) als
verplichte tweede taal onderwezen te worden in alle klassen van het middelbaar
onderwijs. Ten slotte wordt het gebruik van ‘lokale en etnische talen’
toegestaan in de pers, de massamedia en het literatuuronderwijs. Deze laatste
groep omvat enerzijds Iraanse talen als het Koerdisch en Balutsji (20%), en
anderzijds het AzerbeidzjanAzerbeidzjan-Turks (20%), Armeens en
modern-Arabische dialecten.
Religie
In navolging van de oude grondwet (1906–1907) wordt ook in de republikeinse bepalingen van 1979 ‘het sji’isme van de twaalvers’ (zie sjiieten) als officiële godsdienst genoemd en daarmee blijft de republiek Iran het enige land met deze islamitische minderheidsvariant als staatsgodsdienst. Het betreffende artikel 12 geldt als ‘eeuwigdurend en onveranderlijk’, en stipuleert tevens ‘volledige eerbiediging en vrijheid’ ten aanzien van vijf andere islamitische varianten, georganiseerd in mazhabs of rechtsscholen, waarvan vier soennitisch (Hanafiten, Malikiten, Sjafi’iten, Hanbaliten). Vervolgens worden het zoroastrisme (zie mazdeïsme), jodendom en christendom genoemd als ‘enige erkende godsdienstminderheden’ (art. 13) – met uitsluiting dus van o.a. de als ketters beschouwde en vervolgde Babi's (zie babisme) en aanhangers van de bahá í-religie. Ca. 98% van de Iraniërs zijn islamieten, van wie ruim 90% sjiitisch, de rest soennitisch. Er zijn ca. 300 000 christenen en 30 000 joden, hoewel hun aantal afneemt.
BESTUUR EN SAMENLEVING
Staatsinrichting
Iran (Perzië) was vanaf de oudheid tot 1979 een monarchie.
De eerste grondwet (1906–1907) legde de constitutionele monarchie als
staatsvorm vast en begrensde de macht der monarchen. De laatst heersende
monarchie, die van de Pahlawi's, heerste van 1925 tot 1979, toen de uit
ballingschap teruggekeerde geestelijke ayatollah Khomeini aan het bewind kwam.
Volgens de door een referendum goedgekeurde grondwet van 1979 (wijziging in
1989, eveneens per referendum goedgekeurd) is Iran een islamitische republiek.
Het staatsbestel laat zich typeren als een compromis tussen de beginselen van
de islamitische theocratie en volkssoevereiniteit, tussen goddelijk
geopenbaarde Wet en liberaal parlementarisme.
Zo voorziet de grondwet in een parlement van 270
afgevaardigden, de Vergadering van Islamitische Raadgeving (Madjlis), met 270
leden, van wie 265 rechtstreeks voor vier jaar gekozen vertegenwoordigers en 5
vertegenwoordigers van erkende religieuze minderheden. De Madjlis heeft het
recht van initiatief, interpellatie en enquête; de grondwet voorziet echter
tegelijkertijd in een Raad van Toezicht met vetomacht over elk
parlementsbesluit dat door twaalf raadsleden (zes door de geestelijk leider
benoemde islamitische rechtsgeleerden en zes door het parlement aangewezen
juristen) ‘in strijd met de Heilige Wet’ wordt geacht. De uitvoerende macht
berustte tot aan Khomeini's dood in 1989 vnl. bij de
niet-verantwoordingsplichtige rahbar of (geestelijk) ‘leider’ (Wali al-faqih).
Sedertdien moet hij die delen met de voor vier jaar rechtstreeks gekozen
president (een maal herkiesbaar). Deze benoemt o.a. de ministers die het
vertrouwen van het parlement nodig hebben. De Nationale Veiligheidsraad is een
invloedrijke adviesinstantie van de president. Hierin hebben zitting de
voorzitters van het parlement, het kabinet en de rechterlijke macht, alsmede
hoge ambtenaren en de zgn. revolutionaire wachters.
De geestelijk leider wordt voor het leven gekozen door een
Raad van Experts (allen geestelijken). Hij bemiddelt tussen regering en de Raad
van Toezicht.
Als gevolg van de omwenteling van 1979 is een
politiek-partijenstelsel in de Westerse betekenis van het woord afgewezen. Met
tweederde van de zetels in het parlement was de Islamitische Republikeinse
Partij (IRP) bij de verkiezingen van 1980 en 1984 de grootste partij. In juni
1987 werd de IRP formeel ontbonden. Vanaf 1988 waren slechts individuele
kandidaten verkiesbaar.
Binnen het getolereerde politieke spectrum zijn er ruwweg
twee stromingen: een conservatieve (aangehangen door o.m. geestelijk leider
Khamenei) en een gematigd liberale stroming. Deze laatste beschikte tussen 1980
en 1992 over een grote meerderheid in het parlement, maar werd daarna van haar
macht beroofd. Vanwege talrijke betrekkingen met de revolutionaire wachters en
religieuze instanties is ze echter nog steeds een belangrijke machtsfactor. Met
deze verkiezing van Khatami tot president won de liberale stroming bovendien
aan invloed.
In de illegaliteit opereren diverse oppositiebewegingen, al
dan niet vanuit het buitenland, zoals de Nationale Verzetsraad (een coalitie,
waarin de Mujahedin Khalq [= De Heilige Strijders voor het Volk] onder leiding
van Massoud Rajavi de toon aangeven), de Fedayien Chalk (= Zij die zich
Opofferen voor het Volk), de Toedeh (Massa)partij en de Democratische Partij
van Iraans Koerdistan. De grondwet van Iran maakt geen melding van een
vakbondswezen. ‘Islamitische comités’ moeten de belangen der werknemers in de
bedrijven behartigen. Stakingen zijn verboden.
Administratieve indeling
Het land is ingedeeld in provincies (196 gouvernementen en 501 districten). De grondwet komt nauwelijks tegemoet aan de wens tot grotere autonomie van de verschillende minderheden en volstaat met de erkenning van enige culturele autonomie.
Provincies van Iran
Lidmaatschap van internationale organisaties
Iran is lid van de Verenigde Naties en gespecialiseerde
organisaties van de VN, de Organisatie van Niet-Gebonden Landen, het
Colombo-plan, de OPEC en de Organisatie van de Islamitische Conferentie.
DE 21STE EEUW
Het jaar 2000
Verkiezingen
In twee stemrondes op 18 februari en 5 mei werden
parlementsverkiezingen gehouden. De uitslag betekende een grote overwinning
voor de hervormers, die 65% van de 290 zetels wonnen. De opkomst bedroeg
ongeveer 70%. Alle gekozen conservatieven waren relatief gematigd; de haviken
werden weggestemd. De uitslag kwam pas na langdurig touwtrekken tot stand. De
conservatieve krachten legden zich niet neer bij een hervormingsgezind
parlement. De Revolutionaire Garde dreigde met geweld indien de hervormers het
islamitische systeem zouden aantasten. Ook Opperste Leider Khamenei sloot
geweld niet uit maar waarschuwde de Revolutionaire Garde niet eigenmachtig op
te treden. Het door conservatieven gedomineerde orgaan de Raad van Hoeders van
de Grondwet schrapte de verkiezingsoverwinning van 12 hervormers op
beschuldiging van fraude en organiseerde hertellingen van de stemmen in Teheran
waar hervormers 29 van de 30 zetels hadden gewonnen. Hieraan kwam een einde
door een persoonlijke interventie van Khamenei, die eiste dat de Raad de
einduitslag, inclusief Teheran, zou erkennen. Ex-president Rafsanjani, die
bijna was weggestemd, gaf uiteindelijk zijn conservatieve zetel voor de stad
Teheran vrijwillig op. Op 27 mei kwam het nieuwe parlement voor het eerst
bijeen.
Perswet
In een grootscheeps offensief van de conservatieve
rechterlijke macht tegen de hervormingsgezinde pers werden zo’n 30 dagbladen en
tijdschriften verboden in de tumultueuze periode na de verkiezingen. Voorts
werden ruim 20 journalisten en schrijvers gearresteerd. Pogingen van het nieuwe
parlement om de perswet, die nog vlak voor de verkiezingen door het oude
conservatieve parlement was aangescherpt, te vervangen door een liberalere interpretatie
werden afgekapt door Khamenei’s machtswoord in augustus. Maar het parlement gaf
niet op; 161 parlementariërs ondertekenden een open brief die de noodzaak van
hervormingen verdedigde. President Khatami beschuldigde de conservatieve
oppositie van voortdurende schendingen van de grondwet. Khatami zei machteloos
te staan tegen de berechting van politieke activisten en journalisten achter
gesloten deuren en de activiteiten van de Raad van Hoeders die dit jaar 8 van
de 33 wetten door een veto blokkeerde. Eind augustus kwam een politieman om het
leven en raakten tientallen mensen gewond bij politieke onlusten tussen
progressieve studenten en conservatieve tegenstanders in de West-Iraanse stad
Khorramabad.
Buitenland
De voorzichtige toenadering tussen Iran en de Verenigde
Staten werd in 2000 een aantal malen uitgedaagd, maar continueerde zich. In
maart verlengde de Amerikaanse president Clinton het sanctieregime tegen Iran.
Om de hervormers in Iran niet te isoleren werden de sancties versoepeld. In mei
verstrekte de Wereldbank onder felle protesten van de Verenigde Staten twee
leningen aan Iran. Van de dertien Iraanse joden die van spionage voor Israël
werden verdacht, werden er in juli tien tot gevangenisstraffen van vier tot
dertien jaar veroordeeld. In het Westen overheersten verontwaardigde reacties.
Er waren echter ook opgeluchte geluiden, zeker nadat in september de straffen
met enkele jaren werden verkort. In de joodse gemeenschap in Iran heerste
ongerustheid.
In juli 2000 testte Iran de langeafstandsraket Shahab 3 die
met een bereik van 1500 km geheel Israël en Saoedi-Arabië kan bereiken. De
Verenigde Staten en Israël toonden zich bezorgd. Op 10 juli begon president
Khatami aan een driedaags bezoek aan Duitsland. Bondskanselier Schröder zegde
een versterking van de economische en culturele betrekkingen toe. Ondanks het
vrijlaten van Iraakse krijgsgevangenen bleef de relatie met Irak slecht. Iran
hield diverse tankers aan die Iraakse olie smokkelden en beide landen
beschuldigden elkaar van steun aan gewapende oppositiegroepen.
Het jaar 2001
Processen en arrestaties
Op 13 januari werden zeven prominente hervormers veroordeeld
tot gevangenisstraffen tot tien jaar vanwege het bezoeken van een conferentie
in Duitsland, in april 2000. Het hof oordeelde de verdachten schuldig aan het
in gevaar brengen van de nationale veiligheid en het verspreiden van
anti-islamitische propaganda. De Europese Unie en Duitsland veroordeelden het
vonnis.
Op 27 januari eindigde het proces tegen agenten van de
veiligheidsdienst die verantwoordelijk werden gehouden voor de moord op
hervormingsgezinde intellectuelen in 1998. Drie verdachten kregen de doodstraf
en vijf werden tot levenslang veroordeeld, onder wie twee oud-directeuren van
het ministerie van Informatie.
Tijdens confrontaties tussen demonstranten en de
veiligheidsdiensten, op 9 en 10 februari 2001, werden 150 arrestaties verricht.
De conservatieve rechterlijke macht intensiveerde haar strijd tegen de
hervormers. Medestanders van president Khatami werden tot gevangenisstraffen
veroordeeld en de hervormingsgezinde pers werd verder aan banden gelegd. In
april gelastte het Revolutionaire Hof in Teheran de arrestatie van 42 leden van
de oppositionele Iran Vrijheidsbeweging op beschuldiging van pogingen tot
omverwerping van het islamitische regime. Het massaproces tegen hen startte op
11 november. Delen hiervan werden op televisie uitgezonden, waaronder de
‘bekentenis’ van studentenleider Ali Afshari. Eind april werden 122 studenten
veroordeeld tot gevangenisstraffen tot vijf jaar vanwege hun rol in de onlusten
in Khorramabad, in augustus 2000. Onderzoeksjournalist Akbar Ganji werd in mei
tot zes jaar veroordeeld.
Khatami
Op 8 juni 2001 behaalde president Khatami een overweldigende
overwinning in de presidentverkiezingen. Khatami kreeg 21,6 miljoen stemmen.
Zijn naaste belager, de conservatief Tavakkoli, kwam niet verder dan 4,3
miljoen stemmen. De opkomst was 67%, aanzienlijk lager dan de 88% in 1997. Op
18 juni behaalden de hervormers een overwinning toen Khamenei het parlement een
onderzoek toestond naar de conservatieve staatsomroep. Khatami, die op 8
augustus werd geïnaugureerd, presenteerde op 12 augustus zijn kabinet van
gematigde hervormers. Op 25 december incasseerden de hervormers een tegenslag
toen het hervormingsgezinde parlementslid Loqmanian werd opgepakt om een
veroordeling van tien maanden uit te zitten. Khamenei weigerde ten faveure van
Loqmanian te interveniëren.
Buitenland
Italiaanse en Britse ministeriële bezoeken aan Iran in 2001
onderstreepten de verbeterde betrekkingen tussen de lidstaten van de Europese
Unie en Iran. Ook de relaties met Rusland gaven een verbetering te zien. Tussen
12 en 15 maart bezocht president Khatami zijn Russische ambtgenoot Poetin. De
Verenigde Staten spraken hun zorg uit over de Iraans–Russische samenwerking op
nucleair en veiligheidsgebied en over een wapenoverkomst die begin oktober
tussen Iran en Rusland werd gesloten. De toenadering tussen Iran en Saoedi-Arabië
zette zich voort met de ondertekening van een veiligheidsakkoord op 17 april
2001.
De kilte in de betrekkingen tussen Iran en de Verenigde
Staten werd bevestigd door de verlenging van de Amerikaanse sancties tegen Iran
met vijf jaar. De Iraanse reacties op de terroristische aanslagen van 11
september in de Verenigde Staten waren verdeeld. President Khatami en minister
van Buitenlandse Zaken Kharazzi beargumenteerden tegenover de Britse minister
van Buitenlandse Zaken, Straw, dat militaire actie tegen Afghanistan
gerechtvaardigd was mits Washington bewijzen over Bin Ladens betrokkenheid kon
overleggen. Een paar weken later bezwoer Khamenei echter dat Iran Amerikaanse
militaire acties tegen Afghanistan niet zou steunen. Op 12 oktober 2001
demonstreerden tienduizenden Iraniërs nabij de Afghaanse grens tegen de
Amerikaanse aanvallen op Afghanistan. Met Pakistan werden oude geschillen
bijgelegd om een gemeenschappelijk belang van een nieuw stabiel regime in
Afghanistan te bevorderen.
Het jaar 2002
Politiek
De politiek stond in 2002 opnieuw in het teken van de strijd
tussen hervormers en de conservatieve rechterlijke macht. De hervormers boekten
in januari een belangrijke overwinning toen Opperste Leider Khamenei de
parlementariër Loqmanian, die was veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf
wegens belediging van de rechterlijke macht, gratie verleende. Maar aan de
arrestatie van hervormingsgezinde journalisten en het tegenwerken van de
progressieve pers kwam geen eind. Het conservatieve bolwerk van de Raad van de
Hoeders van de Grondwet wist diverse hervormingsgezinde wetsvoorstellen te
blokkeren. Dit leidde ertoe dat president Khatami zijn aanblijven verbond aan
twee hervormingsvoorstellen. Het eerste voorstel moest leiden tot vergroting
van de presidentiële macht door de president de macht te verlenen
wetsvoorstellen die hij in strijd met de grondwet achtte, te schorsen. Het
tweede voorstel betekende eveneens een beknotting van de macht van de Raad van
de Hoeders van de Grondwet, door het deze Raad te verbieden kandidaten voor
algemene verkiezingen te diskwalificeren. Dit laatste voorstel werd op 6
november door het parlement aangenomen. Op dezelfde dag werd de
hervormingsgezinde intellectueel Hashem Aghajari ter dood veroordeeld omdat hij
de rol van de geestelijkheid aan de kaak had gesteld en vernieuwing van de
islam had bepleit. De doodstraf voor de populaire Aghajari leidde tot felle
studentenprotesten. Khamenei intervenieerde en gaf de rechterlijke macht
opdracht het vonnis te herzien. Dit werd geïnterpreteerd als de inleiding tot
de omzetting van het vonnis.
Rampen
Op 22 juni 2002 kwamen bij een aardbeving in het noordwesten
van het land meer dan 230 mensen om het leven. Zo’n 20 000 mensen raakten
dakloos. Bij vliegrampen in februari en december kwamen resp. 117 en 50
inzittenden om het leven.
Relatie met de Verenigde Staten
In zijn State of the Union van 29 januari 2002 deelde de
Amerikaanse president, Bush, Iran in bij de ‘As van het Kwaad’ (samen met Irak
en Noord-Korea). Aan de toenadering tussen beide staten kwam een plotseling
eind. Washington beschuldigde Iran ervan onderdak te verlenen aan gevluchte
al-Qaida-strijders en massavernietigingswapens te ontwikkelen. Beide
beschuldigingen werden door Iran met klem van de hand gewezen, maar Iran
erkende dat de grenzen met Afghanistan en Pakistan niet hermetisch waren te
vergrendelen. Als gebaar van goede wil sloot Iran op 10 februari de kantoren
van de Afghaanse krijgsheer Hekmatyar, een gezworen vijand van de Afghaanse
president, Karzai, en tegenstander van de internationale bemoeienis met
Afghanistan. In augustus leverde Iran 16 vermeende leden van al-Qaida uit aan
Saoedi-Arabië, maar Washington toonde zich niet onder de indruk.
De ernstige Israëlische kritiek op Teheran speelde eveneens
een rol in de verstoorde relaties tussen de Verenigde Staten en Iran. Israël
beschuldigde Iran van grootscheepse militaire steun aan Hezbollah in
Zuid-Libanon. Washington deelde de Israëlische vrees dat met de bouw van een
Iraanse kerncentrale in Busher een verhuld kernwapenprogramma gepaard ging. In
Israël werden plannen voor een preventieve aanval op Busher gelanceerd. Iran
benadrukte dat zijn kerninstallaties louter civiele doeleinden dienden en
openstonden voor inspecties van het Internationaal Atoomenergie Agentschap
(IAEA).
Iran keerde zich tegen een Amerikaanse aanval op Irak, maar
hield afstand van Saddam Hussein. President Khatami merkte koeltjes op dat
‘Iran voorstander is van een regio zonder massavernietigingswapens’.
Het jaar 2003
Binnenlands protest
De Iraanse bevolking bleek ontevreden over de prestaties van
de hervormers. Dit kwam tot uiting tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in
maart. De bijzonder lage opkomst leidde ertoe dat hervormingsgezinde kandidaten
hun meerderheid verloren in verschillende grote steden. In juni liep een
studentenprotest in Teheran uit op een politieke demonstratie tegen het regime.
Een week lang demonstreerden duizenden mensen, hiertoe opgeroepen door
satellietkanalen die vanuit de VS oppositie voeren tegen het Iraanse regime. De
demonstraties werden neergeslagen door de oproerpolitie.
De Iraanse juriste Shirin Ebadi kreeg in oktober 2003 de
Nobelprijs voor de vrede vanwege haar activiteiten voor de mensenrechten. Bij
haar terugkeer naar Iran ontstond een spontane demonstratie tegen het regime.
President Seyyed Mohammad Khatami bestempelde de toekenning van de prijs als
een politieke beslissing.
Op 14 februari 2003 vernietigde het Hooggerechtshof het fel
omstreden doodvonnis tegen de hervormingsgezinde intellectueel Hashem Aghajari.
Het vonnis had vorig jaar tot felle studentenprotesten geleid.
Kernprogramma
In februari 2003 maakte Iran bekend dat het uranium won in
de Savand-regio. De Verenigde Staten beschuldigden Iran daarop van een geheim
kernwapenprogramma. Iran verzekerde dat het land uitsluitend kernenergie wilde
produceren voor vreedzame doeleinden. Het Internationaal Atoomenergie
Agentschap (IAEA) drong aan op extra inspecties en ondertekening van een
aanvullend protocol bij het Non-Proliferatieverdrag.
Vastgesteld werd dat Iran werkte aan uraniumverrijking en de
productie van splijtstofstaven en van zwaar water. Op 12 september nam het IAEA
een resolutie aan waarin Iran tot 31 oktober de tijd kreeg om openheid van
zaken te geven. Na aanvankelijke tegenwerking verklaarde Iran zich op 21
oktober bereid tot medewerking. In november stelde het IAEA dat Iran weliswaar
het Non-Proliferatieverdrag lange tijd had overtreden, maar dat er geen bewijs
was dat het land nucleaire wapens ontwikkelde. Op 18 december ondertekende Iran
in Wenen het internationaal protocol dat onaangekondigde inspecties van zijn
nucleaire installaties door het IAEA mogelijk maakt.
Buitenlandse betrekkingen
Ondanks regelmatige contacten tussen Iran en de VS bleek
normalisering van de betrekkingen, die Iran in 1980 verbrak, in 2003 nog niet
aan de orde. De Verenigde Staten beschuldigden Iran niet alleen van een
verborgen kernwapenprogramma, maar waarschuwden in april ook tegen de vermeende
inmenging van Iran in Irak. Iraanse agenten zouden infiltreren in Irak om een
pro-Iraans islamitisch bewind te vestigen in het buurland. Teheran ontkende. In
de aanloop naar de oorlog in Irak had Iran zich ‘actief neutraal’ tegenover de
oorlog verklaard. De Iraanse marine werkte samen met geallieerden in de
speurtocht naar tankers met Iraakse smokkelolie en stond toe dat Amerikaanse en
Britse oorlogsvliegtuigen van het Iraanse luchtruim gebruik maakten.
Eind mei verbrak de regering-Bush de contacten met Iran na
aanwijzingen dat de aanslagen van 12 mei in Riaad, Saoedi-Arabië, in Iran
zouden zijn voorbereid door al-Qaida. Iran ontkende elke band met al-Qaida.
Irans instemming met extra inspecties van zijn nucleaire installaties en de
samenwerking met de Iraakse regeringsraad leidden ertoe dat de VS zich eind
oktober bereid verklaarden de contacten met Iran te verbeteren.
In juni 2003 ondernam de Franse politie een grootscheepse
actie tegen de Iraanse oppositiebeweging Mujahedin Khalq. Diverse kantoren van
de organisatie in Frankrijk werden doorzocht en meer dan 160 mensen werden
aangehouden, onder wie Maryam Rajavi, de vrouw van de leider. Uit protest tegen
de actie staken zeven Iraniërs zich in brand in diverse Europese hoofdsteden.
De Mujahedin Khalq werd door de EU en de VS beschouwd als een terroristische
organisatie. Teheran juichte de Franse actie toe.
Met Canada ontstond een diplomatieke rel naar aanleiding van
de dood van de Iraans-Canadese fotografe Zahra Kazemi, die op 11 juli 2003 in
gevangenschap in Teheran overleed na mishandeling.
Aardbeving
Op 26 december trof een zware aardbeving met een kracht van
6,3 op de schaal van Richter de stad Bam. Er vielen ruim 26 000 doden en 30 000
gewonden; meer dan 100 000 mensen raakten dakloos. 70% van de gebouwen in Bam
werd verwoest, o.a. de historische stad met de beroemde citadel uit de
16de–17de eeuw.
Het jaar 2004
Op 1 febr. 2004, de dag dat gevierd werd dat precies 25 jaar
eerder ayatollah Khomeini uit ballingschap naar Iran was teruggekeerd, diende
meer dan een derde van de Iraanse parlementsleden zijn ontslag in uit protest
tegen het feit dat duizenden hervormingsgezinde kandidaten door de Raad van
Hoeders van de Grondwet waren uitgesloten van deelname aan de verkiezingen van
20 februari, onder wie 87 parlementsleden.
Ondanks felle protesten vonden de verkiezingen op 20
februari gewoon doorgang. De conservatieven wonnen 156 van de 290 zetels,
aanhangers van president Khatami 40 zetels, en onafhankelijken 30 zetels. Voor
57 zetels moest een herstemming plaatsvinden. De uitslag was voor de hervormers
zeer teleurstellend. Een van de oorzaken was dat een groot deel van de
bevolking gedesillusioneerd was geraakt omdat de hervormers de afgelopen jaren
nauwelijk iets hadden bereikt.
In de tweede ronde van de verkiezingen voor de resterende 57
zetels behaalden de conservatieven 40 zetels, de hervormers 8 en
onafhankelijken 9 zetels. In het nieuwe parlement hadden de conservatieven dus
een tweederde meerderheid veroverd.